INTERNATIONAAL

‘MINDER MET EEN OPGEHEVEN VINGERTJE NAAR DE SCHEEPSWERVEN KIJKEN’

Tekst Astrid van Unen

Joop van Oord op een Indiase green yard, 2019

‘INDIA HEEFT ENORME STAPPEN VOORWAARTS GEZET ALS HET OM VEILIG SLOPEN GAAT'

Joop van Oord, gepensioneerd FNV-kaderlid, is al bijna tien jaar betrokken bij het FNV-project Shipbreaking. Hij geeft veiligheidstrainingen aan werknemers op scheepssloperijen in India, Pakistan en Bangladesh. Vooral India gaat tegenwoordig erg goed. 'Voorheen overleden tientallen scheepsslopers per jaar in India, nu slechts één per jaar. Mede dankzij de vakbond, die ook nog eens pensioenen heeft geregeld en de woonomstandigheden heeft verbeterd.'

Sinds wanneer ben je betrokken bij het project Shipbreaking?

'In 2010 was een bijeenkomst van alle FNV-kaderleden waarbij Wilma Roos van Mondiaal FNV vertelde over dit project. Mensen konden zich opgeven voor een kennismakingsreis langs vakbondsactiviteiten in India en dat heb ik toen gedaan. Ik werkte bij scheepsbouwer Royal IHC in Kinderdijk als opleidingsadviseur van de bedrijfsopleidingen, en Wilma’s verhaal raakte mijn werk. Uiteindelijk ben ik uitgekozen voor die FNV-missie in India. Samen met de toenmalige FNV-bestuurders Ruud van den Berg en Henk Korthof heb ik daarna nagedacht over wat we konden doen. Zo ontstond het idee van een veiligheidstraining voor Indiase scheepsslopers.'

Waarom juist een veiligheidstraining?

'Toen we de rondreis maakten, bezochten we ook de shipbreaking yards. Daar zag ik precies hoe de schepen werden afgebroken. Ik zag ook de hele problematiek rond de werknemers, hoe armoedig dat zij erbij liepen op slippertjes, hoe slecht dat ze behandeld werden, zowel sociaal als fysiek. De slechte gezondheidsvoorzieningen die ze hadden, de onbeschermde werkzaamheden, de gevaarlijke werkomgeving en de sociale uitbuiting die plaatsvond van de werknemers en hun gezinnen. Ik zag wel dat in hun manier van slopen een bepaald systeem zat en kon dus vanuit mijn technische blik ook zien waar er verbeteringen te halen waren. De aanblik in 2010 van de situatie op die werf maakte me een beetje pissig. Het lag daardoor voor de hand om iets met mijn kennis over veilig scheepsslopen te doen.'

Een jaar later tijdens een conferentie met FNV en IndustriALL in het Indiase Mumbai is toen een akkoord gegeven op die training. Hoe heb je het vanaf dat moment aangepakt?

'De onderwerpen moesten heel basic blijven, want het mocht allemaal niks kosten. Ik heb steeds stukken geschreven en teruggekoppeld aan de FNV-werkgroep Internationale Samenwerking (WIS) en Mondiaal FNV. Over thema’s als het equipement in schepen, de leidingen, de verschillende scheepstypes, brandgevaar, de gevaarlijke stoffen. Met Ruud van den Berg ben ik begonnen met het geven van training in Mumbai, waar ook werknemers uit Alang aanwezig waren. Het was een mix van safety officers en slopers aan de basis, dus de werknemers die met de snijbranders in de weer waren en dergelijke. Uitgangspunt bij de training was de dialoog. Ze moesten alles zelf noteren en daarna een presentatie geven over de onderwerpen die hen het meest aanspraken.'

In de loop der jaren heb je de training uitgebouwd.

'We hebben een filmpje over veiligheidsonderwerpen in het Hindi laten maken. Dat is een geweldig hulpmiddel. Onze training is tenslotte een train-the-trainer-opleiding, vanuit het principe dat iedereen die een certificaat haalt zelf collega’s gaat opleiden. Dat filmpje houdt de kennis actueel. Later hebben we een soort handleiding over veiligheid op de yards geschreven. Tot nu toe hebben we 141 werknemers opgeleid, waarvan 55 een certificaat hebben gekregen. De overige cursisten hebben bijvoorbeeld een tweedaagse workshop gevolgd, voor hun eigen kennis. De training is een aanvulling op de veiligheidscursussen die de vakbond ASSRGWA (in 2003 opgericht, red.) zelf al geeft.'

Wat heb je in de afgelopen jaren aan verbeteringen gezien?

'India heeft enorme stappen voorwaarts gezet als het om veilig slopen gaat. Dat is mede dankzij de druk vanuit de Europese Unie, die hoge eisen stelt voordat Europese rederijen hun oude schepen in India mogen laten ontmantelen. De investeringen zijn enorm omhoog gegaan. De stranden zijn bijvoorbeeld geasfalteerd, zodat vuile stoffen niet meer vanzelfsprekend in zee verdwijnen. Daarmee wordt 80% van de vervuiling voorkomen. En voordat ze een schip gaan opensnijden, worden alle tanks nu leeggehaald, zodat het ontploffingsgevaar geminimaliseerd wordt. Een derde van alle scheepssloperijen in India zijn nu echte bedrijfsterreinen geworden.'

Joop van Oord in het trainingscentrum van Alang

Ook voor de slopers zelf is de situatie verbeterd?

'Zeker. Het ontmantelen verloopt steeds meer volgens een systeem. Werknemers lopen in beschermende kleding, met maskers. Ze krijgen betere begeleiding. De vakbond is in ledental gegroeid van 8 à 9000 in 2010 naar 20.000 nu. De ASSRGWA heeft nu een eigen trainingscentrum in Alang, waar de meeste sloopactiviteiten plaatsvinden nu Mumbai aan het afbouwen is. Voorheen overleden tientallen scheepsslopers per jaar in India, nu slechts één per jaar. Mede dankzij de vakbond, die ook nog eens pensioenen heeft geregeld en de woonomstandigheden heeft verbeterd. Ik moet er wel bij zeggen dat het hier gaat om ongeveer 50 van de in totaal 156 yards in India, die green yards willen worden. De overige moeten nog een slag maken.'

Dat laatste geldt ook voor de scheepssloperijen in Bangladesh en Pakistan.

'Ja. Bangladesh is een rampenplan, als ik het zo mag zeggen. Het gaat daar niet goed, omdat er geen politieke wil is en de vakbonden geen voet aan de grond krijgen. In augustus/september zijn we in Nepal geweest om trainingen aan Indiase, Bengaalse en Pakistaanse werknemers te geven. Dan merk je dat het hele niveau van Bangladesh stukken lager ligt en het aantal ongelukken vergelijkbaar is met India in 2010. Alleen politieke druk van buitenaf kan daar het tij keren. In Pakistan is het minder erg. Daar was een aantal jaren geleden een ernstig ongeluk op een ship yard dat bijna live op tv te zien is geweest. De Pakistanen zijn daar erg van geschrokken, en nu geven ze meer ruimte aan de vakbonden. Ingewikkeld is dat ze daar met veel onderaannemers werken, die bij misstanden niet aansprakelijk te stellen zijn. Maar de politieke wil om zaken te veranderen is daar wel aanwezig.'

Nu geef je bijna tien jaar deze trainingen. Sinds twee jaar werk je samen met je oud-collega Martijn van de Beurcht, die nog bij Royal IHC werkt. Hoe zie je je toekomst?

'Dat weet ik nog niet. Martijn wil voorlopig nog ingewerkt worden. Dat kost tijd. In september geven we samen weer een training in India. Daarna zien we verder.'

Wat is volgens jou nodig om de hele regio op het niveau te krijgen dat ze voldoen aan de EU-normen van scheepsontmanteling?

'Ik denk dat de werven in snel tempo zullen automatiseren dankzij druk van de EU en de marktwerking. Ze zullen meer en op een andere manier gebruik gaan maken van transportmiddelen zoals heftrucks en kranen. De hellingen zullen steeds meer van beton en asfalt worden, met ingebouwde opvangdrain voor de gevaarlijke stoffen. De werven zullen meer geconcentreerde werkplekken creëren voor de diverse werkzaamheden. Nieuwe functies gaan ontstaan waardoor ook de organisatie verandert. Daarvoor zijn dus meer kennis en vakopleidingen nodig. Ook externe bedrijven die vaktechnische handelingen en medewerkers gaan leveren. Vakorganisatie en het vakbondstrainingscentrum zullen ook als kenniscentrum gaan functioneren. De werven moeten hulp krijgen bij de ontwikkeling van medewerkers en hoe zij getraind kunnen worden. En er is een apart kenniscentrum nodig voor veiligheid en voorkomen van bedrijfsongevallen. Bovenal denk ik dat wij in het Westen meer met Indiase ogen naar de yards moeten gaan kijken en minder met Europese ogen. Dus minder met een opgeheven vingertje. Want ze zijn echt al een heel eind.'

Deel deze pagina