TWEE GENERATIES

‘EERST CONSTATEREN, DAN REPAREREN’

Tekst Kees Bals Beeld Bas Uterwijk

‘DE LAATSTE DRIE JAAR HAD IK ZEVENTIEN CURSUSSEN’

Vroeger had je dertig draadjes in een auto, nu ligt er meer dan anderhalve kilometer kabel in. Het vak van automonteur is de afgelopen jaren ingrijpend veranderd, zien collega’s Gerrit Mulder en Jeroen van Weel uit Utrecht. ‘Als het storingslampje brandt, dan wordt het leuk.’

Gerrit Mulder (78) had als vijftienjarige wat ervaring met autoreparatie toen er een advertentie in het Utrechts Nieuwsblad stond. ‘Klein, druk garagebedrijf zoekt leerling-automonteur.’ Zijn moeder ging met de bus vanuit IJsselstein op sollicitatiegesprek in Utrecht bij mijnheer Van der Meer, de eigenaar van Garage Wielingenplein.

‘De volgende dag kon ik komen, daarna ben ik nooit meer weggeweest. Ik begon als klusjesman: auto’s poetsen, gereedschap opruimen, dat werk. Op de avondschool deed ik de opleiding voor automonteur. In die tijd hadden we geen brug, deden we al het werk op de grond. We hadden twee krikken, een mechanische en een hydraulische. Mijn baas overleed in 1975, in december 1980 nam ik de zaak over. Een klant zei tegen me: “Gerrit, ik hoor dat een mijnheer Mulder dit bedrijf heeft gekocht. Ik ga naar een andere garage.” Moest ik hem uitleggen dat ik die mijnheer Mulder was.’

Voor het eerst in 22 jaar ging hij terug naar school voor het patroons- en het middenstandsdiploma. Daarna haalde hij ook zijn apk-bevoegdheid. ‘Daarmee waren we een van de eersten. Er waren klanten die niet weggingen voordat ik ze een sticker voor op de nummerplaat gaf. Ik zei ze drie keer dat hun auto echt niet door de keuring kwam, als ze dan nog niet weggingen belde ik de politie. Dat is meer dan eens gebeurd.’

METEN IS WETEN

Jeroen van Weel (39) wilde eigenlijk brandweerman worden, maar ergens in zijn loopbaan als automonteur vervloog die droom. ‘Voor de brandweer had ik mts nodig. Ik koos de richting automonteur, liep stage bij een garage en bleef daar zestien jaar werken. Het is leuk werk. Nadat de eigenaar overleed en de familie de zaak opdoekte, kwam ik vijf jaar geleden hier terecht. Via Gerrits zoon, die ik kende van lezingen georganiseerd door een onderdelenleverancier.’ Mulder: ‘Hij nam klanten mee.’

Van Weel: ‘Bij mijn vorige werkgever heb ik alle diploma’s gehaald: apk, leermeester ... En nu ben ik nog steeds bezig met bijscholen. De laatste drie jaar heb ik zeventien cursussen gedaan. De ontwikkelingen in de elektronica gaan zo snel. Het gaat vooral om diagnoses.’

Mulder: ‘Meten is weten. Jeroen en de twee andere monteurs zoeken net zolang tot ze het probleem hebben gevonden. Eerst goed constateren, dan repareren. Anders krijg je de auto binnen een paar maanden terug.’

ANDERHALVE KILOMETER KABEL

Van Weel: ‘Het is alleen maar draadjes en computers. Vroeger had je zo’n dertig draadjes in een auto, nu ligt er meer dan anderhalve kilometer kabel in.’ Mulder: ‘Het vervangen van een trekhaak kost op zich niet zoveel tijd. Het werk zit in al die draadjes die erbij komen kijken. We hebben hier drie vakmensen rondlopen, daar zijn we hartstikke blij mee.’ Met een knipoog: ‘Door al die bijscholing worden ze wel steeds eigenwijzer.’

Van Weel: ‘Eerlijk zijn tegen een klant vind ik niet moeilijk. Ik zeg: “Dit zijn de problemen die we hebben gevonden. Dat kost duizend euro. Zeg maar wat we gaan vervangen.” Vroeger zette je een nieuwe borstel in een dynamo. Dat kan niet meer. Nu vervang je de hele dynamo.’ Mulder: ‘Vaak is dat ook beter, omdat de slijtage niet alleen aan die borstels zit. Bij een mens kan het wel eens overgaan, bijvoorbeeld als hij spierpijn heeft. Bij een auto wordt slijtage alleen maar erger als je het onderdeel niet vervangt.’

MONDIGE KLANTEN

Mulder: ‘Klanten zijn veel mondiger geworden.’ Van Weel: ‘Dat komt door internet. Ze zoeken alles op.’ Mulder: ‘Ze weten precies wat het kost.’ Van Weel: ‘Laatst hadden we een Honda hybride, waarin we acht bougies moesten vervangen. De klant had ze op internet voor de helft van de prijs gezien. Maar een gewone gaat 40.000 kilometer mee, die wij erin hadden gezet 100.000. Dan ben je uiteindelijk toch goedkoper uit.’ Mulder: ‘Of de klant ziet niet dat het drie uur heeft gekost om er een nieuw onderdeel in te zetten.’

GOEDE DIAGNOSE

Mulder: ‘Het leukste aan dit werk is als een auto weer goed is. Soms zijn we echt aan het tobben, wil het niet lukken, proberen we het nog een keer. Dan ben je blij als hij weer goed loopt.’

Van Weel: ‘De meeste lol heb ik als ik een goede diagnose heb gesteld, als ik zie dat het werkt. Als je het doormeet krijg je een foutcode, maar dan moet je nog wel zoeken waar het dan precies fout zit. We krijgen klanten die zeggen dat het motormanagementlampje brandt, het storingslampje. Dan weet je: dit wordt lastig. En daarmee leuk.’ Mulder: ‘Je kunt dan bijna direct zeggen: “Dit gaat tweehonderdvijftig euro kosten.”’

Van Weel: ‘Zeker 95 procent van de storingen lossen we op. Als we er zelf niet uitkomen, dan kan ik de mensen van het scholingsinstituut online mee laten kijken. Als we het dan nog niet vinden, nemen we contact op met de dealer. Er zijn weinig klanten die we niet kunnen helpen.’

WEER LEERLING

Mulder heeft de digitalisering van het werk grotendeels aan zich voorbij laten gaan. ‘Ik ruim de rommel op, doe boodschappen, haal onderdelen op uit het magazijn buiten de stad.’ Hij knikt instemmend op de suggestie dat hij weer ongeveer op het punt is waar hij begon als leerling. Maar Van Weel protesteert. ‘Kom, je doet veel meer. Winterbanden vervangen, versnellingsbak verwisselen.’

‘DE MEESTE LOL HEB IK ALS IK EEN GOEDE DIAGNOSE HEB GESTELD’

Deel deze pagina