PORTRET

Ad de Vos neemt afscheid van FNV Metaal

'IK BEN PRECIES OP DE GOEDE PLEK GEKOMEN'

Tekst en beeld Paul van Bodengraven

MENSEN DENKEN WEL EENS DAT HET EENVOUDIG IS OM EEN STAKING TE ORGANISEREN

Weliswaar begon hij zijn loopbaan als leerling-elektromonteur in de bouw, maar na wat omzwervingen koos Ad de Vos in 1994 voor een loopbaan bij de vakbond. Dit najaar gaat hij met pensioen, 27 jaar later. Portret van een rasechte Rotterdammer die zijn draai vond in het vakbondswerk in Noord-Nederland.

‘Het was wel even slikken’, beaamt Ad de Vos. Toen hij zijn opleiding binnen de (toen nog) Industriebond FNV afrondde, kon hij een voorkeur aangeven voor de regio waar hij aan de slag wilde. ‘Ik wist dat ze je niet te dicht bij huis plaatsten, dus ik dacht zelf aan Brabant of zo. Het werd standplaats Assen.’

De geboren Rotterdammer – nog altijd hoorbaar - verhuisde met zijn gezin naar Drenthe. ‘Mijn vrouw vond hier een nieuwe baan en ik had het geluk gelijk in een heel prettig team terecht te komen. En ook Assen is natuurlijk niet gelijk het platteland; hier wonen zo’n 50.000 mensen en het is een gezellige stad. Een Drent is misschien wat stugger, maar over het algemeen zijn noorderlingen net zo direct als Rotterdammers, dus daar paste ik goed tussen.’

ACTIEF VOOR DE BOND

Na zijn korte carrière als elektromonteur in de bouw kwam Ad terecht op het laboratorium bij Unilever. ‘Een familielid van mij werkte daar, en dat leek mij ook wel wat. Via bijscholingen heb ik de juiste papieren gehaald.’ Binnen Unilever werd Ad actief als kaderlid van de Industriebond en later ook in de ondernemingsraad en centrale ondernemingsraad. ‘Toen werd ik vrijgesteld voor vakbondswerk en kon ik me daar fulltime mee bezig houden. Dat werk vond ik zo leuk, dat ik de hbo-opleiding Personeel & Arbeid ben gaan doen. In 1994 solliciteerde ik bij de Industriebond FNV en werd aangenomen, met als portefeuille metaal.’

STERK IN DE METAAL

Anno 2021 neemt Ad afscheid als vakbondsbestuurder van FNV Metaal. Hoe is het om 27 jaar lang voor dezelfde sector te werken? ‘Ik heb metaal altijd interessant gevonden, zowel de groot- als kleinmetaal. Het fijne van zo langdurig meelopen in een sector is dat je een heel goed netwerk opbouwt. Sommige van de mannen in de bedrijven hier in de regio ken ik dus letterlijk al 27 jaar. Het heeft ervoor gezorgd dat we hier in het noorden een heel goed netwerk hebben van zo’n veertig tot vijftig heel actieve kaderleden. En daarmee heb je dus ook vier tot vijf bedrijven waarvan je weet dat je daar snel iets kunt organiseren als het nodig is.’

‘Ik ben er trots op dat wij in de noordelijke provincies altijd snel in staat zijn een bijdrage te leveren aan acties als dat nodig is. En met name in de Metalektro is dat de laatste tien jaar steeds het geval als er een nieuwe cao afgesloten moet worden. Mensen denken wel eens dat het eenvoudig is om een staking te organiseren. Dat werknemers hun werk neerleggen als de vakbond daarom vraagt. Niks is minder waar; mensen staan onder grote druk in bedrijven om vooral niet mee te doen aan acties. Wil je de mensen zover krijgen, dan moet je echt een goede relatie met ze hebben. Als ze je kennen en je samen voor hetzelfde doel vecht – hun eigen arbeidsvoorwaarden – dan kun je pas echt wat bereiken.’

MENSENWERK

Ad is een gemakkelijke prater. ‘Voor mij is dat een onmisbaar instrument geweest in het werk. Het gaat om het contact, het gesprek. Dat gaat verder dan informatie uitwisselen; je moet elkaar willen verstaan en begrijpen. Elkaar kennen en weten te vinden als dat nodig is. Je woord houden en vertrouwen opbouwen. Het is voor mij ook gelijk datgene wat het werk zo leuk heeft gemaakt: het contact met andere mensen. Dat maakt het leven de moeite waard. Wat dat betreft was de afgelopen periode, met alle coronamaatregelen en video-overleggen, echt een beproeving. Ik mis het directe, warme contact.’

Ook wat collega’s betreft is het directe contact belangrijk. ‘Je moet op elkaar kunnen rekenen, in de regio klaar je de klus samen. Natuurlijk hebben we allemaal onze 'eigen' bedrijven, maar grote zaken als acties en reorganisaties doe je samen. Je spart met elkaar, overlegt, helpt en ondersteunt. Het mooie van zo’n brede vakbond is dat – als het nodig is – je ook hulp krijgt uit andere sectoren. Als de metaal staakt, komen de collega’s van andere sectoren bijvoorbeeld helpen met registreren. En omgekeerd helpen wij natuurlijk ook. Bovendien heb ik de mazzel gehad dat wij in het noorden gewoon het leukste metaal-team hebben. Ook in dat opzicht ben ik goed terechtgekomen.’

MINDER FLEX

Hoewel het pensioen lonkt, ziet Ad ook dat het werk van de vakbond nog lang niet klaar is. ‘De grote uitdaging die ik zie is het tegengaan van flexibilisering van werk. Een vast dienstverband moet gewoon weer de norm worden. De vakbond zet daar natuurlijk al een tijdje op in, maar er moeten echt nog flinken stappen gezet worden. Ik kom in bedrijven waar een flexibele schil van soms wel 30 procent of meer is. Dat is slecht voor iedereen; voor de flexwerkers die slecht betaald worden en voor de vaste medewerkers die zien dat collectieve regelingen als pensioenen onder druk komen te staan. Vaak zijn ze benauwd dat ze ingeruild worden voor een goedkopere flexkracht.’

Werken de cao-afspraken dat flexkrachten hetzelfde betaald moeten krijgen dan niet in de praktijk? ‘Papier is geduldig en intenties zijn mooi’, aldus Ad. ‘Maar in de praktijk zie ik dat werkgevers steeds weer creatieve wegen weten te vinden om flex-medewerkers minder te betalen. En vervolgens mag je als vakbond aan de slag om te bewijzen dat ze niet correct handelen. Dat zijn vaak ellenlange trajecten, met een hoop juridisch gedoe en getouwtrek. En als je dan eindelijk gelijk krijgt, ben je een vermogen kwijt aan advocaten. De goede niet te na gesproken, maar er zijn nu eenmaal best veel bedrijven die proberen de regels te omzeilen, uit kostenoverweging.’

MEER SOLIDARITEIT

Gelukkig zijn er ook bedrijven waar het er wel eerlijk aan toe gaat. ‘Dat zijn niet-zelden de bedrijven met een sociaal betrokken bestuurder, met een goed moreel kompas. Dat zie je bijvoorbeeld nog in familiebedrijven of bij ondernemingen waar een directeur langdurig op zijn plek blijft. Daar werken mensen samen aan hetzelfde doel: een mooi resultaat voor het bedrijf, met een faire beloning voor iedereen. Maar helaas heb ik in de loop van die 27 jaar steeds meer managers voorbij zien komen, in een strak pak en met een auto van de zaak. Ze blijven een paar jaar, breken de boel af, hebben geen binding met de medewerkers, verwoesten de sociale structuur en rijden in hun Tesla de poort weer uit, op weg naar de volgende sloopklus. Het zijn die types die alleen maar op kosten sturen en niet op de sociale samenhang, met oog voor mensen. Het klinkt misschien plat-Rotterdams, maar ik heb heel wat bedrijven en mensen zo naar de verdommenis zien gaan. En dat is zo zonde!’

EN NU DAN?

Werk aan de vakbondswinkel is er dus genoeg, maar voor Ad begint een andere levensfase: het pensioen. ‘Ik heb er wel zin in, al vind ik het ook een raar idee. Soms voelt het alsof ik ineens 66 ben geworden, terwijl ik nog lang niet klaar ben. Maar het is ook wel fijn om meer tijd te hebben voor thuis. Ik klus graag in huis en we zijn zeker van plan om uitgebreid op reis te gaan als het straks weer kan. In de wat verdere toekomst zie ik mezelf ook wel vrijwilligerswerk doen. Eerst dacht ik dat het misschien wel leuk is om dat op het vakbondscentrum te gaan doen. Maar bij nader inzien lijkt me dat niet slim. Denken ze 'daar heb je die oude man weer, die over vroeger vertelt'. Ik ga me ergens anders voor inzetten; er is meer dan de vakbondswereld. Ik ben blij dat ik daar zo lang deel van heb kunnen uitmaken.’

'VIDEO-OVERLEG? IK MIS HET DIRECTE, WARME CONTACT'

Deel deze pagina