Gwendolyn van Weeghel.

VROUWEN

MEER VROUWEN ENTHOUSIAST MAKEN VOOR DE METAAL EN DE INSTALLATIE­TECHNIEK

Tekst Rob Nelisse Beeld Gerlo Beernink

GWENDOLYN VAN WEEGHEL: ‘ER ZIJN MEER HULPMIDDELEN NODIG OM HET WERK VOOR IEDEREEN HANTEERBAAR TE MAKEN’

Draaier, frezer, lasser; het zijn zware beroepen in de metaal. Je ziet stoere mannen in werkplaatsen waar het geknetter van laselektrodes en het doffe gedreun van een hydraulische kantbank weergalmen. Toch klopt dat beeld niet meer. Langzaamaan kiezen steeds meer vrouwen voor een baan in het metaalbedrijf en de installatietechniek. En niet alleen in de administratieve en ondersteunende functies, ook op de werkvloer.

De FNV streeft ernaar dat veel meer vrouwen de keuze maken om in de metaal aan de slag te gaan. Doelstelling is daarnaast om de vrouwen die al in de metaal werken, beter te organiseren. Op een speciale vrouwendag in Zwolle afgelopen 17 mei, heeft een groep metaalvrouwen uit Noordoost-Nederland de positie van vrouwen in de sector besproken. Er zijn actiepunten benoemd om de hindernissen die vrouwen in het werk tegenkomen aan te pakken. Gwendolyn van Weeghel (54, werkzaam als kwaliteitsmedewerker bij raamdecoratiebedrijf Trendiy) en Aafra Langhout (48, werkzaam als technisch-commercieel medewerker service en onderhoud bij installatiebedrijf Van der Weerd) waren erbij.

Overeind blijven in een mannencultuur

‘Er was een workshop “Jezelf presenteren” op de vrouwendag,’ vertelt Gwendolyn. ‘Daarin kwam naar voren dat ik er geen moeite mee heb om op de voorgrond te treden. Dat werd bevestigd door de anderen. Ik ben een rolmodel voor anderen. Vaak krijg ik commentaar dat ik op de voorgrond treed. Toch wil ik niet altijd de gebeten hond zijn omdat ik mondig ben. De mannelijke leidinggevenden zeggen dan: “Zie je wel, zij is weer diegene die er wat van vindt”. Het is voor een vrouw een hele opgave om je staande te houden in een mannencultuur.’

Aanpassingen en hulpmiddelen zodat vrouwen het werk ook kunnen doen

‘Mannen kunnen bij ons in het bedrijf de zwaardere werkzaamheden makkelijker doen,’ constateert Gwendolyn. ‘Dingen die op pick-hoogte gepakt moeten worden, zijn voor vrouwen vaak te hoog. Dat werk moet dan door mannen gedaan worden. Nog niet alle werkplekken, zoals snijtafels, zijn op hoogte verstelbaar. Bepaalde plekken zijn wel aangepast, andere nog niet. Er zijn meer hulpmiddelen nodig om het werk voor iedereen hanteerbaar te maken. Helaas gaat dat te traag. De mensen van kantoor vinden dat niet belangrijk genoeg. Bij ons op de werkvloer komt het over alsof ze denken dat wij hierover zeuren. Dan nodig ik ze uit om te komen kijken op de werkvloer, maar dat doen ze niet. Toch ga ik mijn lijf echt niet vernielen voor het werk.’

In de installatietechniek signaleert Aafra hetzelfde probleem: ‘Sommige dingen zijn zwaar, zoals een cv-ketel, toiletpot of badkuip. Op de werkvloer moeten voorzieningen getroffen worden om ze hanteerbaar te maken voor iedereen. Je ziet nu vooral een groeiend aantal vrouwen in service en onderhoud want dat is fysiek minder zwaar werk.’

Aafra Langhout.

Vrouwelijke touch toevoegen aan het werk in de techniek

Volgens Aafra moet je als vrouw in de mannelijke wereld van de techniek extra je best doen om gewaardeerd te worden. ‘Allemaal mannen en zodra er een vrouw bijkomt, dan wordt de dynamiek anders. Het wordt rustiger, minder direct. Bij sommige mannen moet je jezelf 200 procent bewijzen. Als vrouw moet je bij een man extra je best doen. Dan pas krijg je vertrouwen, of het nu om een collega, een aannemer of een klant gaat. Toch vind ik het leuk en afwisselend om in de techniek samen te werken met mannen. Je krijgt door de samenwerking van mannen en vrouwen ook meer diversiteit op de werkvloer. Daar kan ik mijn vrouwelijke touch aan toevoegen. Vrouwen zijn accurater en preciezer, dat hebben wij voor op mannen. Vrouwen hebben qua plannen een voordeel.’

Jonge vrouwen meer motiveren voor de techniek

Volgens Aafra is het tekort aan vrouwen in de metaalsector een historisch gegeven. ‘Ik denk dat van vroeger uit jongens thuishoren in de techniek en vrouwen niet. We willen graag meer vrouwen in de technische beroepen. Van huis uit en vanuit school moeten meer jonge vrouwen gemotiveerd worden om een technisch beroep te kiezen. Op dit moment gaat het niet snel genoeg, want de meeste stagiaires die van de opleidingen komen zijn jongens. Tegen alle jonge vrouwen zeg ik: “Laat niemand je vertellen dat werken in de techniek niets voor jou is maar volg je eigen droom!”’

‘De opleidingen in de metaal moeten toegankelijker worden voor vrouwen’, vindt ook Gwendolyn. ‘Daarnaast moeten er in de metaalbedrijven voorzieningen voor vrouwen worden getroffen. Kleedkamers speciaal voor vrouwen zijn hard nodig. Want als iemand in een jurkje naar het werk komt en die moet een broek aan, dan moet ze een eigen kleedkamer hebben.’

Met vrouwen onder elkaar

Het komende jaar zullen er meer vrouwendagen georganiseerd gaan worden. Naar verwachting zal de interesse hiervoor fors toenemen. De groep van 17 mei is al opgesplitst in een regio Noord en regio Oost. Aafra vond het heel bijzonder om met een groepje van twintig vrouwen bij elkaar te komen. ‘Dit is een super initiatief van de FNV. Voor het eerst zaten we met alleen vrouwen bij elkaar en dat praat een stuk makkelijker. Op het werk praat je vooral met mannen. We deelden ervaringen, zowel positieve als negatieve ervaringen. De cultuur in de metaal is niet grof of hard. Maar als je verlegen bent dan word je omvergelopen en als je als vrouw een beetje teer bent, dan ga je het niet redden in de metaal. Voor mij is de uitdaging dat een uitvoerder mij als een volwaardige collega beschouwt. Daar heb ik succes mee. Ik heb het gevoel dat ik serieus word genomen.’

AAFRA LANGHOUT: ‘IK KAN MIJN VROUWELIJKE TOUCH TOEVOEGEN’

Deel deze pagina